Bijzondere personen
Willy Wortel

Willy Wortel is echt!

Willy Wortel heeft écht bestaan. Het was de artiestennaam van een van de allersnelste menselijke hoofdrekenwonders uit de twintigste eeuw: Wim Klein.

 

Het is 1976. En een groep wetenschappers kijkt gefascineerd naar een kleine, bebrilde man. Hij heeft een krijtje in zijn rechterhand en staat voor een schoolbord vol onopgeloste rekensommen. ‘Dat is aardig’, mompelt hij als de som 28x37x52 ziet staan. ‘Dat is 53.872’, zegt hij vervolgens in het Frans, terwijl hij het antwoord snel opschrijft.

Het publiek begint te grinniken. We zijn in Genève, in de aula van het bekende wetenschappelijke instituut CERN in Genève. De mompelende man is Willy Wortel, één van de grootste rekenwonders uit de geschiedenis. Hij neemt afscheid van zijn CERN-collega’s.

Geen gelukkige jeugd

Willy Wortel werd op 4 december 1912 in Amsterdam geboren als Willem Klein. Wim, zoals hij genoemd werd, had geen gelukkige jeugd. Zijn vader Henri, die een eigen huisartsenpraktijk had, was een strenge, autoritaire man. Wims moeder Emma leed aan astma en chronische depressies, en zou in 1929 zelfmoord plegen.

Toen hij ongeveer acht jaar oud was ontdekte Wim zijn grote passie: cijfers. Hij bleek heel snel te kunnen hoofdrekenen, en vond het ontbinden van getallen zo leuk dat hij tijdens speelpauzes binnen bleef om sommen te maken. Op straat deed hij allerlei rekenspelletjes met de getallen die hij tegenkwam op trams en auto’s. Toch was Wim geen buitenbeentje: hij hielp zijn klasgenootjes met hun rekenhuiswerk, totdat hun hoge cijfers begonnen op te vallen.

En ook al leerde hij, toen hij eenmaal op het gymnasium zat, de logaritmetafels die zijn leraar hem gaf direct uit zijn hoofd, hij was geen wiskundig genie. ‘In wiskunde ben ik nooit echt een kei geweest, nee,’ bekende hij later in Het Parool. ‘Stereometrie, goniometrie: rotvakken. Al die kubussen en weet ik veel. Ik snapte er niks van.’

Getallen zijn vrienden

Zelf deed Klein altijd wat laconiek over zijn snelle rekenhoofd. ‘Kwestie van aanleg, oefening en geheugen’, verklaarde hij in 1975 in Trouw. ‘Het woord knobbel is me te goedkoop, en natuurtalent te hoog gegrepen.’

Getallen noemde hij zijn vrienden. ‘3844 betekent voor jou denk ik niet hetzelfde als voor mij,’ zei hij tegen Steven Smith, die een boek schreef over hoofdrekenwonders. ‘Voor jou is het gewoon een drie en een acht en een vier en een vier. Maar ik denk meteen: hoi, 62 kwadraat!’

De jonge Wim wilde niets liever dan van cijfers zijn werk maken. Hij droomde ervan om artiest te worden, om mensen te kunnen vermaken met zijn hoofdrekenkunsten. Alleen ging zijn strikte vader er niet mee akkoord dat zijn jongste zoon zijn talent zou vergooien. Henri stond erop dat Wim ging studeren. Arts moest hij worden, want dan kon hij zijn vader opvolgen in de huisartsenpraktijk.

Met grote tegenzin meldde Klein zich daarom in 1932 als student geneeskunde bij de Universiteit van Amsterdam. Maar studeren ging moeizaam. Klein sleepte zich van examen naar examen, alleen zonder er plezier in te hebben.

Toen zijn vader in 1937 stierf aan een hartinfarct, liet Klein zijn studie dan ook subiet vallen. Hij vierde zijn vrijheid uitbundig: de erfenis werd besteed aan drank en mannelijke escorts. Klein was er namelijk achter gekomen dat hij homoseksueel was. En omdat hij, naar eigen zeggen, ‘niet het romantische type’ was, nam hij zijn toevlucht tot de betaalde liefde.

Broers rekenen anders

Intussen trok Kleins gave de interesse van menig specialist. Zo onderwierp Berthold Stokvis, een neuroloog, hem vanaf 1938 aan een aantal onderzoeken. Ook Wims oudere broer Leo, die door Wim besmet was geraakt met het rekenvirus, werd door Stokvis onderzocht.

Die kwam erachter dat de rekenmethodes van de twee broers totaal verschillend waren. Leo onthield de sommen door ze te zien. Wim was juist een een auditieve rekenaar en moest, om ze te kunnen verwerken, de getallen echt horen. Een Zwitserse arts constateerde later dat Kleins visuele geheugen inderdaad ‘minimale et miserable’ was.

De bezetting van Nederland door de Duitsers maakte een einde aan Kleins gefuif. Omdat hij van joodse afkomst was dook hij in 1942 onder bij een Amsterdamse brandweerman. Broer Leo overleefde de oorlog niet. Hij werd door de Duitsers opgepakt, op transport gesteld en vermoord in het vernietigingskamp Sobibor.

Zwaard en plakbaard

Na de oorlog stond stond niets Klein in de weg om artiest te worden. In het Amsterdamse Rozentheater trad hij op als ‘Het rekenwonder Fakir Ali ben Achmed’. Uitgedost als arabier, met tulband, zwaard en plakbaard, demonstreerde hij zijn rekenkunsten: razendsnel optellen, delen, worteltrekken, vermenigvuldigen. Maar omdat de managers van het theater de fakir te overdreven vonden, werd er een nieuw personage bedacht.

Onder zijn nieuwe naam ‘Pascal, het Hollandse rekenwonder’, maakte Klein vanaf dat moment tevens radioshows. Hij werkte ook onder artiestennamen als Moos Optel en, jawel daar komt ‘ie, Willy Worteltrekker (dat later Willy Wortel werd).

De optredens van Klein waren bijzonder. Hij was constant in gesprek met zichzelf, mompelde wat,  slaakte af en toe een kreet van blijdschap of frustratie. Als hij een bepaalde som extreem moeilijk vond, werd zijn gemompel gevloek. Als een krankzinnig professor liep hij heen en weer, krabbelde met krijt uitkomsten op het bord, veegde die dan haastig weer uit, rookte, peinsde en neuriede.

Op straat optreden

In 1950 vertrok Klein naar Parijs. Daar trad hij niet alleen in kleine theaters op, maar ook op straat, bij de uitgang van metrostations en op pleinen. Hij voelde zich volkomen thuis tussen al deze levende standbeelden, muzikanten en degenslikkers.

Maar Kleins kwaliteiten als menselijke hoofdrekenmachine waren ook voor wetenschappers interessant. De computer stond in de jaren vijftig nog in de kinderschoenen en veel complex rekenwerk werd door mensen uitgevoerd. Daarom huurde in 1952 het Mathematisch Centrum hem in.

Hij hielp met het programmeren van de computers en het narekenen van complexe berekeningen. Precies vanwege die complexiteit kwam er een constante stroom krachttermen op gang. Iets waar Kleins kantoorgenoten,  vijf zeer streng gereformeerde dames, vaak over klaagden.

Ook de European Organization for Nuclear Research, CERN, had in dezelfde jaren vijftig behoefte aan goede en snelle rekenaars. CERN  was nog maar kort geleden begonnen met het gebruik van computers en de programma’s bleken niet betrouwbaar.

In 1958 kwam Klein bij het prestigieuze instituut in Zwitserland werken. Hij controleerde de theoretische natuurkundige berekeningen en hield zich daarnaast bezig met programmeren. Verder was hij een waardevolle pr-man: het was zijn taak om met zijn kunsten de bezoekers te vermaken.

Vanaf het midden van de jaren zestig werd Kleins bijzondere gave voor CeRN alleen steeds minder belangrijk. Computers, ooit zo zwak en onbetrouwbaar, werden steeds krachtiger en nauwkeuriger. Klein bleef wel programmeren, maar hij werd steeds meer de CERN-mascotte, het ‘swingende buitenbeentje.’

Intussen begon Klein zelf ook zijn geboortestad te missen. Hij was een Amsterdammer in hart en nieren, en vond de Zwitsers saai en humorloos. Een jaar voor zijn 65ste verjaardag, in 1976, nam Klein afscheid van CERN met een spetterende show. En keerde terug naar zijn geliefde Amsterdam.

Record verbreken

Na zijn terugkomst stortte Klein zich opnieuw enthousiast in het artiestenleven. Hij gaf optredens in theaters, op scholen en tv, en genoot volop van het nachtleven. Inmiddels was hij gefascineerd geraakt door het wereldrecord worteltrekken van een in Mexico wonende Duitse baron.

In 1970 had deze Herbert de Grote in niet meer dan 23 minuten de dertiendemachtswortel uit een getal van honderd cijfers weten te trekken. Klein was ervan overtuigd dat het record verbeterd kon worden en begon te oefenen. Dit was het begin zijn carrière als Willy Wortel, wereldrecordhouder worteltrekken.

In de jaren zeventig en tachtig verbeterde Klein aan de lopende band zijn eigen records. In 1975 kostte het hem ruim vijf minuten de dertiendemachtswortel uit een getal van honderd cijfers te berekenen. In april 1981 had hij voor een zelfde soort som nog maar 1 minuut en 28,8 seconden nodig. Hij haalde geregeld het Guiness Book of Records.

Klein werd als Willy Wortel in heel Europa bekend. En ook in de VS en Japan vroegen ze hem om zijn kunsten te komen vertonen. Op zijn zeventigste hield hij het nog steeds niet voor gezien. Zelfs op die leeftijd rekende hij nog als de beste, ondanks zijn enorme drankconsumptie. ‘Het is mijn lust en mijn leven’, zei hij in 1982 in het Algemeen Dagblad over zijn showbizzbestaan.

Aan het leven van Willy Wortel kwam op 31 juli 1986 abrupt een einde. In zijn bovenwoning in Amsterdam is hij om het leven gebracht met messteken. Zijn huishoudster trof zijn lichaam de volgende dag aan, gekleed in een matrozenkiel en een korte broek.

Even verdacht de politie een jongeman die geregeld bij Klein over de vloer kwam, maar bewijs dat hij de dader was, is niet boven tafel gekomen. De moordenaar van Wim Klein is, ondanks veel speurwerk, nooit gevonden.

 

Snelle jongens

Willy Wortels wereldrecord worteltrekken werd al snel verbeterd. Gert Mittring, een Duitse hoofdrekenaar, wist in 1988, hoewel onofficieel, Kleins prestatie met vijftig seconden te verbeteren toen hij in 39 tellen de dertiendemachtswortel uit een 100-cijferig getal trok.

De Franse informaticastudent Alexis Lemaire troefde Mittring daarna af door hetzelfde in krap 14 seconden te doen. Twee jaar later nam Mittring revanche met een nieuwe tijd: 11,8 seconden. Maar aangezien het Guinness Book of Records sinds 2002 geen records worteltrekken meer opneemt, is deze prestatie nooit officieel erkend.

Wereldkampioen

Ook al zijn hoofdrekenwonders inmiddels ingehaald door computers, ze vinden ze het nog steeds leuk om zichzelf te testen. Over de hele wereld worden er daarom wedstrijden in hoofdrekenen gehouden. Sinds 2004 strijden de beste hoofdrekenaars ter wereld om de Mental Calculation World Cup.

De deelnemers, meestal mannen, moeten een aantal standaardproeven afleggen. Bijvoorbeeld 2 getallen van 10 cijfers optellen, en dat 10 keer binnen 10 minuten. In 2008 deden er 28 hoofdrekenaars mee aan de wedstrijd, winnaar werd de Spaanse Alberto Coto García. De Nederlanders Willem Bouman en Wouter de Lange veroverden een 13de en 16de plaats.

Doe-het-zelf

Je wordt geboren als menselijke computer of niet. Maar je kunt als non-rekenwonder je brein wel trainen. Om getallen of lijsten gemakkelijk te onthouden kun je bijvoorbeeld de mnemotechniek gebruiken. (Mnemo betekent in het Grieks herinnering of geheugen.) De dingen die je wilt onthouden, koppel je dan aan een plaats, aan letters, of aan woorden.

Het ezelsbruggetje is een bekende vorm van mnemotechniek. Iedereen kent er wel een. De volgorde van de waddeneilanden kun je bijvoorbeeld onthouden met de afkorting TV-TAS. In 2001 werd door het Nederlands Nationaal Forum voor de introductie van de euro het ezelsbruggetje DING FLOF BIBS gelanceerd, zodat we ‘gemakkelijker’ zouden kunnen onthouden welke landen meededen met de nieuwe munt.

In de zeventiende eeuw bedacht de Duitse linguïst Stanislaus Mink von Wenusheim een fonetisch systeem om cijfers te onthouden: hij koppelde medeklinkers aan cijfers. Dit systeem wordt nog steeds gebruikt.

Echte hoofdrekenwonders gebruiken trouwens vrijwel nooit mnemotechniek. Zij zien zo rekenen vooral als rekenen met een omweg.

Rekenen in Hollywood

Hollywood houdt wel van bizarre hoofdpersonen. Hoofdrekenwonders komen dan ook geregeld terug op het witte doek.

– In de film Matilda, naar het boek van Roald Dahl, berekent het jonge meisje Matilda uit haar hoofd de dagomzet van haar vaders schimmige autozaak.

– De hoofdpersoon van Pi, een Amerikaanse thriller uit 1998, lost uit zijn hoofd complexe berekeningen op. Een meisje controleert de antwoorden van deze Max Cohen met haar zakjapanner.

– In de film Little Man Tate (1991) wordt de 7-jarige Fred Tate, die niet alleen snel kan rekenen maar ook prachtig musiceert, uitgekotst door zijn klasgenoten.

Accountant of IT’er

Natuurlijk worden ze nog steeds geboren, menselijke rekenwonders. Alleen, wat voeren ze uit nu computers zo ontzettend veel sneller kunnen rekenen dan zij? De meesten kiezen toch wel voor een bèta-beroep. Opvallend veel rekenwonders blijken te werken als accountant, zoals de huidige wereldkampioen hoofdrekenen Alberto Coto García. Computerprogrammeur of wiskundige zijn ze ook vaak.

Toch zijn er tevens hoofdrekenwonders die in het dagelijks leven minder doen met cijfers. De Oostenrijkse Hans Eberstark werkt als linguist en vertaler, de Duitser Gert Mittring is psycholoog,  Nederlander Willem Bouman, die in 2008 13de werd op het Wereldkampioenschap in Leipzig, was voor zijn pensioen werkzaam bij Michelin, als specialist in vrachtautobanden.

Veel rekenwonders klussen bij als entertainer. Zoals de Turkse Melik Duyar, van huis uit ingenieur, die door zijn vele televisie-optredens in de jaren negentig in Turkije bekend werd als Mr. Memory.

Vrouwelijke rekenaar

Shakuntala Devi, rond 1939 geboren in Bangalore, India, is een van de weinige vrouwelijke hoofdrekenwonders. Ze werd op haar derde ontdekt als ‘mental calculator’. Ze heeft inmiddels meer dan twintig boeken geschreven, niet alleen over hoofdrekenen, maar ook over de rechten van lesbiennes. Devi wil geen ‘human computer’ genoemd worden, omdat ze van mening is dat de mens over een beter brein beschikt dan welke computer dan ook.

Sommetje

De dertiendemachtswortel van 8800844344048929957521901577223641785941172005261565487280650870412023307854274990144578442271602817 is 48757377: (als je het laatste getal twaalf keer met zichzelf vermenigvuldigt krijg je namelijk het eerste getal). Deze wortel wist Willy Wortel op 7 april 1981 in 1 minuut en 28,8 seconden uit zijn hoofd te trekken.

Meer informatie

Biografie: Een levensbeschrijving van Willem Klein staat in het Biografisch Woordenboek van Nederland deel 5 (2002)
Boek: The great mental calculators, van Steven B. Smith, (Columbia University Press, 1983) is een grondig maar leesbaar boek over bekende hoofdrekenaars uit het verleden, met een hoofdstuk gewijd aan Wim Klein.
Filmpje: Er bestaat een prachtig filmpje van Kleins afscheid bij CERN in 1976 (het wordt leuk vanaf 2:55)
Site: Hier vind je meer informatie over bekende hoofdrekenwonders en hun methodes
Foto bovenaan: Stéfan / Foter.com / CC BY-NC-SA

Dit artikel schreef ik in opdracht van Quest Historie. Het verscheen in nummer 3, 2009

Deel dit artikel:
Literatuur

Literatuur

B. Broccoli, ‘Willem Klein 1912-1986’ in Biografisch Woordenboek van Nederland (Den Haag 2002)
Steven Smith, The great mental calculators. The psychology, methods, and lives of calculating prodigies, past and present (New York 1983)
‘In memoriam Willy Wortel’, in NRC Handelsblad 9-8-1986
‘Wim Klein, Rekenwonder’, in Het Parool 19-7-1975
‘Wim Klein heeft ’n hoofd als een cijfermagazijn’, in Trouw 19-12-1975
‘Meet the human computer’ in Reader’s Digest november 1976
‘Willy Wortel is het rekenen nog niet verleerd’, in Algemeen Dagblad 14-12-1982

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *