Avontuur
Blonde Aboriginals

Blonde Aboriginals

De oorspronkelijke bewoners van Australië hebben geen blond haar en blauwe ogen. Maar toen de Engelsen vanaf 1829 West-Australië binnentrokken, zagen zij soms Aboriginals die Europese trekjes hadden. Hoe kon dat?

 

Het VOC-schip de Zuytdorp voer op 23 maart 1712 de haven van Kaapstad binnen. Vanwege een omweg en een slechte wind duurde de reis vanuit het Zeeuwse Wielingen twee keer langer dan gepland: een half jaar in plaats van drie maanden. Van de 286 opvarenden overleefden 112 mensen de tocht niet.

En de bemanning was nog maar halverwege, want de eindbestemming was Batavia, het huidige Jakarta. De doden en zieken werden van boord gehaald en vervangen door nieuwe Europese bemanningsleden, zo’n 130 man. En op 22 april zette kapitein Marinus Wijsvliet koers richting Batavia.

Maar de Zuytdorp kwam nooit in Batavia aan. Ergens in juni 1712 sloeg het schip te pletter op de rotsen van de westkust van Australië, net ten zuiden van de baai met de griezelige naam Shark Bay. De 250.000 zilverstukken die het schip aan boord had, lagen eeuwenlang als een tapijt op de bodem van de zee.

Van de bemanning en de passagiers werd nooit meer iets vernomen: de ‘Zuytdorpelingen’ leken van de aardbodem te zijn verdwenen. Maar er zijn aanwijzingen dat een aantal schipbreukelingen – misschien zelfs een paar honderd man – levend het land heeft weten te bereiken. Wat is er met hen gebeurd?

Speuren naar bewijs

Arts-epidemioloog en historicus Pieter Bol weet het bijna zeker: een aantal van de schipbreukelingen van de Zuytdorp is in leven gebleven en heeft zich vermengd met de bevolking in die streek, een stam die de Nhanda heet. Het moet nog blijken of Bol het bij het rechte eind heeft, want genetici van de universiteiten van Leiden en Rotterdam onderzoeken op dit moment ruim honderd speekselmonsters van hedendaagse Nhanda.

Met DNA-technieken is het namelijk mogelijk om een tijdsindicatie te geven van de veranderingen in het DNA. Als de theorie van vermenging klopt, zal uit het DNA-onderzoek blijken dat het genoom van sommige Nhanda rond 1700 is aangevuld met genoom uit continentaal Europa.

Jongetjes die Willem heten

Terwijl genetici speuren naar hard bewijs, is er voor deze theorie al veel indirect bewijs, zegt Bol. Allereerst zijn er de verhalen die in de negentiende eeuw worden verspreid door de Engelsen. Zij koloniseren vanaf 1829 het westelijke deel van Australië, ruim 100 jaar na de schipbreuk van de Zuytdorp, en vinden allerlei aanwijzingen dat hier al eerder Europeanen zijn geweest.

‘De Engelsen zien bij de Aboriginals bijvoorbeeld mensen met blond haar, of blauwe ogen’, vertelt Bol, ‘Ze zien dat sommige mensen langer zijn dan normaal, en dat sommige mannen hun haar verliezen als ze ouder worden, wat bij Aboriginals nooit gebeurt. Ze komen jongetjes tegen die Willem heten.’

Maar dat niet alleen. Bol: ‘Als de Engelsen in 1840 en 1848 een paar expedities uitrusten, treffen ze landbouw aan, wat niet normaal is voor nomaden. En een brug over een rivier. Waarom zouden nomaden dat doen? Als je rondreist moet je honderden riviertjes oversteken; waarom zou je bij één riviertje een brug bouwen? Ze vinden ook putten die op de Europese manier gemaakt zijn en huizen met puntdaken. En ze vinden een relatief vrije verhouding tussen de seksen.’

Er blijken zelfs taalkundig sporen van het Nederlands terug te vinden bij de Nhanda, zegt Bol: ‘De naam voor een kleine zeekano klinkt een beetje als ‘bootje’. Op de kust naar het water turen klinkt als ‘wachten aan zee.’’

Lot is onbekend

Het verhaal van de ‘Zuytdorp’ staat niet op zichzelf. Tussen 1629 en 1727 vergingen tussen de zeven en elf schepen van de VOC langs de westkust van het Australische continent. Volgens Bol zouden in theorie zo’n 350 bemanningsleden van die schepen Australië hebben kunnen bereiken. ‘Slechts van twee mensen weten we met absolute zekerheid dat ze voet op Australische bodem hebben gezet,’ nuanceert Bol.

‘Twee muiters van het schip de ‘Batavia’ werden aan land gezet om het maar uit te zoeken daar. Wat er van ze geworden is weten we niet.’ Na een aantal schipbreuken wisten sommigen op wonderbaarlijke wijze met een klein bootje Batavia te bereiken. Maar van de meerderheid van de schipbreukelingen is het lot niet bekend.

Wat waren die schipbreukelingen eigenlijk voor mensen? Het waren in ieder geval lang niet allemaal Hollanders of Zeeuwen, vertelt Bol: ‘Een derde van de bemanning van de VOC-schepen bestond uit soldaten, uit heel Europa: Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk, Italië, ze kwamen overal vandaan.’

‘Tweederde was zeelieden. Op Zeeuwse schepen als de Zuytdorp kwamen veel van hen uit Zeeland. Maar ook uit allerlei Europese havensteden: Kopenhagen, Oslo, Bergen, Stockholm, Hannover, Bremen, Hamburg, of steden in Noord-Italië. Het was dus een internationaal gezelschap.’

Geen doetjes

En het waren zeker geen doetjes: want om te overleven op een VOC schip moest je vrij hard zijn. En dat gold al helemaal voor VOC-schipbreukelingen, zij moesten veel obstakels overwinnen om in het onherbergzame Australië in leven te blijven.

‘Kwam het schip terecht op een eilandje vóór de kust, zoals de Batavia in 1629, en de Zeewijck in 1727, dan was het moeilijk’, vertelt Bol. Kwam het schip direct op de kust terecht, zoals de Zuytdorp, dan waren de overlevingskansen groter: ‘Want het was weliswaar een grimmige kust, maar je was wel meteen aan land.’

Had je als schipbreukeling voet aan land gezet, dan was je nog niet zeker van je leven. Bol: ‘De Zuytdorp is waarschijnlijk in juni vergaan, tijdens de Australische winter. Dan kan het ’s nachts het erg koud zijn.’ Overleefde je als schipbreukeling de kou, dan had je een waterprobleem. Want hoewel er rivieren in de omgeving zijn die in de winter water dragen, moet je die wel zien te vinden.

‘En dan voedsel’, vult Bol aan. ‘West-Australië is een heel voedselarme streek, zelfs voor de Nhanda, die precies wisten welke knollen en bessen ze wel of niet konden eten.’ Het lijkt evident: áls de Zuytdorpelingen overleefd hebben, dan moeten ze hulp hebben gehad van de Aboriginals. Die oorspronkelijke bewoners hebben de witte vreemdelingen waarschijnlijk aangezien voor de geesten van hun voorouders en hen daarom respectvol behandeld, zegt Bol.

Twijfel blijft

Hulp bieden aan de schipbreukelingen zal niet eenvoudig zijn geweest, denkt hij. ‘Stel je voor dat het honderd of 150 mensen is gelukt om aan land te komen en een paar dagen te overleven. Ze kwamen misschien bij een stam van tussen de twintig en veertig mensen. Die konden niet zo veel mensen opnemen, want zij hadden het zelf al lastig genoeg. Dus áls zij geholpen hebben, moeten zij deze mensen verplaatst hebben naar andere gebieden.’

Hoewel de Europese gasten dus veel kostten, waren ze op den duur ook nuttig, zegt Bol, omdat ze nieuwe kennis meebrachten. ‘Ze lieten zien hoe je putten kon slaan, huizen kon bouwen en landbouw kon bedrijven met de yams, eetbare knollen, die aangespoeld waren met het wrak. De samenwerking was dus uiteindelijk tot wederzijds voordeel.’

Indirecte bewijs voor de theorie dat er in de zeventiende en achttiende eeuw schipbreukelingen van de VOC aan de Australische kust hebben geleefd, is er genoeg. Maar zonder direct bewijs blijven er twijfels bestaan. Daarom besloten Bol en de Australische VOC Historical Society op zoek te gaan naar harde bewijzen.

Zeldzame ziekten

De zoektocht begon in eerste instantie via twee vrij zeldzame ziekten: porfyrie, een stofwisselingsziekte, en het Ellis van Crefeldsyndroom, een aandoening waarbij mensen klein blijven en meer dan vijf vingers en tenen hebben. Bol: ‘Dat syndroom komt onder de Aboriginals alleen aan de westkust van Australië veel voor, en niet in andere delen van Australië. Hetzelfde geldt voor porfyrie.’ En dat gegeven zou erop kunnen wijzen dat deze Aboriginals de ziekte hebben opgelopen via de Europeanen van het schip de Zuytdorp.

Maar het onderzoek, uitgevoerd aan de universiteiten van Newcastle en Madrid, leverde niets op. Bol: ‘Via een relatief zeldzame ziekte op zoek gaan naar een bewijs voor verwantschap: het schoot niet op. Er was eigenlijk maar één oplossing: een algemene DNA-screening van de oorspronkelijke bevolking in dat Zuytdorp gebied.’

Hij wacht in spanning op de uitslag van het DNA-onderzoek: ‘Zelfs als de uitslag voor alle monsters negatief is, is nog niet bewezen dat er onder de drieduizend Nhanda niemand is met continentaal Europees genoom. Maar als duidelijk wordt dat iemand continentaal Europees DNA draagt, met een tijdslabel van bijvoorbeeld 1700 plus of min twintig jaar, dan is het bingo. Het hoeft er maar eentje te zijn.’

 

Moord op overlevenden

De beroemdste schipbreuk van een VOC-schip, die van het Amsterdamse schip de Batavia, vond ook plaats voor de westkust van Australië. Op 4 juni 1629 liep het vast op een koraalrif van de Houtman Abrolhos eilanden: een gevaarlijk terrein. 253 van de ruim driehonderd bemanningsleden en passagiers wisten levend de eilanden te bereiken, maar bleken daar niet veilig.

Want terwijl de kapitein in een sloep naar Batavia voer om hulp te halen, probeerde Jeronimus Cornelisz, een gestoorde apotheker uit Friesland, met veertig handlangers de overlevers uit te moorden. Hij wilden voorkomen dat hij zou worden bestraft voor een eerdere samenzwering. Cornelisz en co vermoordden ongeveer 120 mannen, vrouwen en kinderen: de meeste van hen op één dag.

Op een onbewoond eiland

Schipbreuk lijden en dan overleven op een onbewoond eiland is een prachtig thema voor een film.

– Een verwende adellijke dame spoelt met haar butler aan op een onbewoond eiland: dat is het uitgangspunt van de stomme film Male and female (1919). Met een glansrol voor de Amerikaanse actrice Gloria Swanson als verwaand nest.

– In de populaire Disneyfilm The Swiss family Robinson, uit 1960, strandt een hele familie op een onbewoond eiland. Hoewel het eiland in de film zonnig oogt, schijnt het tijdens de opnames bijna constant te hebben geregend.

– In The blue lagoon (1980) moeten de kinderen Emmeline en Richard na een schipbreuk samen overleven op een onbewoond eiland. Dat lukt; ze krijgen na een paar jaar zelfs een kind. In 1981 ‘won’ Brooke Shields voor haar rol van Emmeline een Razzie Award voor slechtste actrice.

Van oorsprong

De oorspronkelijke bewoners van Australië arriveerden al zo’n 50.000 jaar geleden op het Australische continent. In 1770, toen de Engelse kapitein James Cook in Australië aankwam, woonden er naar schatting 300.000 tot 700.000 mensen, verdeeld over ongeveer 250 groepen, onderverdeeld in kleine clans. Veel groepen bestaan nog steeds. Drie voorbeelden:

– In de zuidwestelijke Victoriawoestijn wonen bijvoorbeeld de Spinifex. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw testte de Australische overheid in het leefgebied van de Spinifex atoombommen.

– De zuidelijke Yorta Yorta hebben clans met namen als Kwat Kwat, Yalaba Yalaba en Bangerang. Een bekende Yorta Yorta was de acteur en schrijver Burnum Burnum (1936-1997).

– De Warlpiri, uit het noorden, staan bekend om hun complexe en bijzondere dansen. Geregeld treden ze daarmee op in in het buitenland.

Aboriginals door Europese ogen

Een inferieur volk, zo werden de Aboriginals tot in de twintigste eeuw beschouwd door Europeanen en diens afstammelingen. Maar soms leken ‘beschaafde’ mensen jaloers op deze ‘wilden’. Kapitein James Cook schreef bijvoorbeeld op 23 augustus 1770 in zijn dagboek: ‘Deze mensen zijn puur natuur, en hoewel ze in de ogen van sommigen het ellendigste volk op aarde zijn, zijn ze in werkelijkheid veel gelukkiger dan wij Europeanen.’

Charles Darwin zag de toekomst voor de Aboriginals in zijn boek Descent of man (Afstamming van de mens) uit 1871 somber in: ‘In een toekomstig tijdperk, niet zo heel ver verwijderd, gemeten in eeuwen, zullen de beschaafde mensenrassen bijna zeker de wilde rassen over de gehele wereld hebben uitgeroeid en verdrongen.’

I’m a survivor

Ze verdwaalden of hadden andere pech. Maar deze mensen overleefden een bizar avontuur.
– In juli 2009 verdwaalde de 19-jarige Engelse backpacker Jamie Neale in de Australische Blue Mountains, vlakbij Sydney. Pas na twaalf dagen werd hij door wandelaars gevonden: hij had al die tijd niets anders gegeten dan zaden, riet en een soort sla.

– In april 1997 was de Australiër Warren MacDonald aan het bergbeklimmen in Noord-Australië, toen er een enorm rotsblok op hem viel. Hij lag twee dagen vast onder de steen. Uiteindelijk werd hij dankzij hulp van een Nederlander bevrijd. Zijn benen was hij kwijt: die werden allebei geamputeerd.

– Met je hele familie schipbreuk lijden: het overkwam het gezin Silverwood uit Californië, toen zij in 2005 met vader, moeder en vier kinderen in een catamaran op de Stille Oceaan zeilden. Eén dag nadat ze op een rif vastliepen, werden ze gered door een Frans marinevliegtuig.

Doe het zelf

Raak je zelf ooit verdwaald in de Australische bush, denk dan aan de volgende tips:
– Zoek water. Omdat water het laagste punt zoekt, kun je beste in dalen of onderaan eventuele kliffen zoeken. Let ook op vogels: als zij tijdens zonsondergang laag vliegen, zijn ze vaak op zoek naar water.

– Eet geen giftige planten. Laat grote zaden bijvoorbeeld links liggen. Die bevatten vaak gif om ratten af te schrikken. Maar alle grassoorten zijn gewoon eetbaar.

– Pas op voor slangen. Hoewel hier weinig giftige soorten zijn, kun je een beet beter vermijden. Loop daarom altijd met een stok en sla daarmee op de grond: slangen gaan dan voor je aan de kant.

Meer informatie

Boek: Over het schip de Zuytdorp verscheen in 1996 het boek: Carpet of silver: the wreck of the Zuytdorp van Philip Playford (University of Western Australia Press).
Sites
: Op de site van de VOC Historical Society is veel meer informatie te vinden over de schepen die op de Australische westkust zijn vergaan.
En hier lees je meer over de ondergang van het schip de Batavia.

Deel dit artikel: