Artikelen

EXPERIMENT: Hoe moeilijk is het om te fietsen op een vélocipède?

We fietsen wat af in Nederland. Maar de voorloper van de gewone fiets was de vélocipède. Kan ik daar een beetje op rijden?

Wacht: wat is ook alweer een vélocipède?

In Nederland bedoelen we met vélocipède een fiets met een enorm voorwiel en een piepklein achterwiel, in de mode tussen 1870 en 1890. Het Nederlandse woord voor deze fiets is ‘hoge bi’. Arie Liefhebber, eigenaar van fietsenzaak Fietsliefhebber in Nieuwegein, is sinds juli 2017 Europees kampioen op de hoge bi. Hij gaat voordoen hoe makkelijk het is om erop te rijden. ‘Ik heb een grote en een hele grote bij me,’ grapt hij, terwijl hij twee reusachtige fietsen z’n busje uittilt. Ai. Als dat maar goed gaat.

Ik rijd een hoge bi aan hand de loods in. Het stuur reageert heel gevoelig.

Dat klopt, zegt Arie, want het stuur zit direct aan het voorwiel vast. En de trappers ook, want deze fiets heeft geen ketting. Het ontwerp is gebaseerd op de eerste trapfiets, van de Fransman Pierre Michaux. Maar, dachten waaghalzen: hoe groter het voorwiel, hoe sneller je kunt. Als ik de fiets beter bekijk valt me op hoe clean hij is. Geen ketting, geen versnellingen, geen standaard, en geen rem. Je remt door achteruit te trappen, vertelt Arie.

Een gevoelig stuur, geen rem, zo’n enorm wiel… Komen daar geen ongelukken van?

Het gaat inderdaad vaak mis, zegt Arie, terwijl hij een groot litteken op zijn scheenbeen laat zien. Aan het einde van de negentiende eeuw heette de hoge bi zelfs ‘widow maker.’ Dat is niet vreemd, want ze zijn vreselijk instabiel. En omdat je zo hoog boven de grond zit, kun je jezelf bij een val niet goed beschermen. ‘Head first gaat dat,’ zegt Arie laconiek. Toen rond 1890 de fietsketting in gebruik werd genomen, maakten fabrikanten de twee wielen even groot. Veel stabieler en veiliger. De fiets zoals wij die nu kennen heette in Engeland dan ook: ‘Safety Bicycle’.

We gaan beginnen. Maar hoe klim je er in vredesnaam op?

Arie zet z’n helm op, en dan zit hij lachend op de fiets. Wacht, hoe deed hij dat? Aha, nu zie ik het. Je zet je linkervoet op een pinnetje dat onderaan de stang bevestigd is. De ‘stick’ heet dat. Je houdt het stuur vast en zet jezelf via het pinnetje met je been af. Maar het lukt me niet. Ik kan slecht bij het stuur. Geen nood, Arie geeft me een zetje en ik zit op het zadel. Ik troost me met de gedachte dat heren in de negentiende eeuw maar liefst twaalf lessen nodig hadden voor ze zelfstandig konden fietsen.

Europees kampioen Arie Liefhebber geeft me een zetje! Foto: Johannes Abeling

Au, ik voel ieder hobbeltje door die massieve banden. Het is vast een fiets voor kleine afstanden.

Ja en nee. De bedoeling van het grote wiel was dat je grote afstanden kon afleggen. In 1873, bijvoorbeeld, fietsten vier Engelse heren in 15 dagen maar liefst 1386 kilometer, van Londen naar het plaatsje John O’ Groats, helemaal in het noorden van Schotland. Je kúnt er dus heel ver op komen. Maar plezierig is het niet altijd, zegt Arie: na een paar kilometer begin je dat gebrek aan vering wel te voelen. Zo ver hoeven we vandaag gelukkig niet.

Goed, klaar om te gaan. Arg, ik kan niet bij de trappers! Wat nu?

Dat is dikke pech, want een hoge bi is bijna niet verstelbaar. Ik zit dus op het zadel terwijl Arie rondjes loopt. Voor spek en bonen draai ik m’n voeten mee. Suf! Maar mensen waren vroeger toch kleiner dan nu? Ik was met mijn 1.52 meter heus niet uit de toon gevallen in de negentiende eeuw. Hoe zit dat? Arie legt uit: je had ook kleinere maten, de 48 inch, bijvoorbeeld. Als ik écht wil fietsen, moet ik een kleinere hoge bi aanschaffen. Kost zo’n 1700 euro.

Helaas, ik kan niet bij de trappers… Foto: Johannes Abeling

Niet te betalen, zo’n fiets. Waren ze vroeger ook zo duur?

Nog duurder, zelfs. Rond 1870 kostte een hoge bi in Nederland ongeveer 75 gulden. Ter vergelijking: een arbeider verdiende in die tijd zo’n 33 gulden per maand. Alleen rijke heren konden dus op een hoge bi fietsen. Dat deden ze graag samen. Daarom werd in oktober 1871 de eerste Nederlandse fietsclub opgericht, met de Duitse naam Immer Weiter. Het streven van de fietsers, volgens het clublied: ‘Spierenoefening, longontwikkeling, bloedverversching – steeds vooruit!’

Conclusie: Heb je een beetje lef, dan is het prima te doen om op een hoge bi te fietsen. Je benen moeten wel lang genoeg zijn.

Wil je Arie Liefhebber in actie zien? Kijk dan op www.fietsliefhebber.nl

Weg met de fiets

Je kunt het je bijna niet voorstellen in een land dat nu 22,5 miljoen fietsen telt, maar aan het einde van de negentiende eeuw was de vélocipède bij gewone Nederlanders niet populair. Heren die gingen fietsen, bewapenden zich met stokken en geweren geladen met peper en zout. Dat alles om zich te beschermen tegen vijandige reacties: een zweepslag van een passerende koetsier, blaffende honden voor je wiel. Eén Nederlandse hoge bi-fietser schreef rond 1870 zelfs: ‘’s Zondagsmorgens, als de boertjes en boerinnetjes in rijtuigen uit de kerk terugkeerden, hadden we geen leven.’

 

Dit stuk schreef ik voor Quest Historie. Het verscheen in 2018.

Deel dit artikel: